|
|
|
WAT BETEKENT DE NAAM BAZEL ? HOE OUD IS HIJ ? EN SCHOUSELE ? In 1156 heette Bazel nog Barsela. In de 13e eeuw schreef men Barsele en éénmaal Baessele. Later vinden we : Baersele, Baesele, Basele en Base!. Sedert december 1930 is de officiële vorm : Bazel. Barsela en Barsele zijn dus de oudste vormen. Die laten ons toe de betekenis van de plaatsnaam te bepalen. Ze zijn samengesteld uit twee germaanse woorden : bara en sali, die in de samenstelling enigszins vervormd werden. Sa!i werd vervormd tot sel a en sele. Over de betekenis van dit woord zijn de taalgeleerden het vrijwel eens. Volgens J.Vercoullie betekent sele " een ruim vertrek dat een heel gebouw uitmaakt en dat naargelang van de omstandigheden of als gemeenschappelijke eetzaal of als slaaplokaal of nog als schuur dienst kan doen". Uit sali is ook het franse woord "salie" (zaal) voortgekomen. Daarom schrijft M.Gijsseling dat sali misschien best te omschrijven is als "uit slechts één ruimte bestaande huizing voor mens en vee". Bara het eerste.lid waarmee Barsela is samengesteld, betekent, bar, bloot, woest. We vinden het woord nog terug in ons huidig "barrevoets", we spreken ook nog van barre gronden. In de samenstelling met sali wijst bara dus op de gesteldheid van de bodem waarop de huizing stond. De hele verklaring van Barsele luidt derhalve : de huizing die slechts uit één ruimte bestaat en die gebouwd is op barre, onvruchtbare grond. In moderne taal zouden we zeggen : Het Huis ten Barre ! Willen we ons die huizing voorstellen, dan denken we best aan een vierkantig gebouw - zo iets van vijf op vijf meter - waarvan de muren vervaardigd waren uit boomstammen, gevlochten twijgen en leem; het dak was wellicht van takkenbossen en gras. De huizing moet gebouwd zijn door een kleine nederzetting van schamele lieden, die aan éne huizing genoeg hadden voor henzelf en voor hun vee. Ze betrokken bij voorkeur één gezamelijke woning omwille van de veiligheid en om dezelfde reden zullen ze hun huizing omringd hebben met een palissade. We kunnen de vraag stellen : wanneer is de plaatsnaam Barsele ontstaan ? Dat is hetzelfde vragen hoe oud Bazel is,. Algemeen wordt aanvaard dat de sele-namen bij een germaanse volksstam horen die vrij laat - omstreeks het jaar 600 - zich in onze streken kwam vestigen, dan wanneer de Franken reeds kort na 400 waren binnengekomen. De plaatsnaam Barsele moet derhalve ontstaan zijn in de loop van de 7e eeuw. Met verloop van tijd ging de naam van de huizing over op de omgeving. Nog een vraag : waar heeft de huizing Barsele gestaan ? Heel bepaald kan daarop niet worden geantwoord. Maar als omstreeks het jaar 900 de heerlijkheid wordt opgericht die later Wissekerke zal heten, wordt die heerlijkheid Barsele genaamd. De huizing Barsele moet derhalve binnen het gebied van die heerlijkheid gestaan hebben. Dar ze op het huidige kerkplein stond, valt te betwijfelen. Vlak bij dat kerkplein leefde sedert de 5e eeuw reeds een Frankische nederzetting, zoals we later zullen zien. We zouden daarom de huizing Barsele willen zoeken op de Bergkouter of op de Molenbergkouter, "t Blijft echter een gissing. Ze kan evengoed op de Wijnakkerwijk of in de Weyspoel hebben gestaan. Stippen we terloops aan dat het woord sele voorkomt in veel andere gemeentenamen : Melsele, Belsele, -Elversele, enz. Dan is er nog Zele waar sele alleen de hele naam uitmaakt. Al die namen gaan terug op een huizing die aldaar in de loop van de 7e eeuw werd opgetrokken. Tijdschrift 3-1976/1 De Ghesellen van de St Pieterskerk van bazel De Eenhoorn In De Eenhoorn vergaderden de vierscharen van Bazel en Wissekerke. Hij staat, met kerk en kasteel, afgebeeld op een kaart van 1468 (ARAB., Kaarten en plans : nr. 351). Tot driemaal toe werd het gebouw geteisterd door brand : in 1576, 1583 en 1590. Van het oorspronkelijke gebouw blijft wellicht niet veel meer over dan de nu ingemetselde toren met wenteltrap. De laatste restauratie dateert van 1967. — De achthoekige kuip en de naald van de toren, alsmede de kruisbeuken van de kerk, werden gebouwd tussen 1468 en 1560. In dat laatste jaar werd het koor gebouwd, in 1714 de sacristie.
|
|
|