Start
Bestuur
Kring
Programma
Kruibeke
Bazel
Rupelmonde
Steendorp
Zoeken
Contactinformatie
Tijdschrift

 

                DE EENHOORN DOOR DE EEUWEN HEEN

De Eenhoorn, zoals we hem nu kennen, bestaat uit een café en een daarbij horende woonhuis. In oudere tijden was het café de plaats waar de schepenen van Bazel en die van Wissekerke vergaderden. De schepenen van Bazel vergaderden in de kamer die aan de kant van de kerk ligt; in de kamer waar de tapkast staat, vergaderden de schepenen van Wissekerke. Die schepenen bezaten een zekere rechtsmacht; zie daarover ons werk "Bazel in Waas", zesde hoofdstuk : Het dorpsbestuur onder het Oude Regiem. Wanneer de schepenen als rechters optraden, heette hun vergadering "vierschaar"; ook de plaats waar ze rechtspraken, heette zo. Het café van De Eenhoorn omvat dus het oude schepenhuis of de vierschaar van Bazel en het oude schepenhuis of de vierschaar van Wissekerke.

Eén en zelfde buitendeur, de voordeur van het huidige café, verleende toegang tot beide vierscharen. Achter die deur lag echter een gang, die ongeveer tot halfweg het café liep. Bij het einde van die gang waren twee deuren; door de ene betrad men de vierschaar van Bazel, door de andere de vierschaar van Wissekerke. - Beide vierscharen dienden alleen voor de vergaderingen van de schepenen. De sleutels ervan berustten bij een dienaar of bode, die de vierscharen opende voor elke vergadering en ze daarna ook sloot.

Los van beide vierscharen stond de herberg "De Eenhoorn". Ze stond op een deel van de grond waar nu de zaal van De Eenhoorn staat. In 1628 werd langs de zuidkant van het toenmalige kerkhof een stenen muur gebouwd, die met witten steen werd afgedekt : "den kerckmuer tusschen de vierschare" en den Eenhoorn" (Bazel, kerkarchief nr. 3 : rekening gesloten op 30.1.1629). Tot dan toe stond daar een houten afsluiting, een "gelent".

We vinden de benaming "De Eenhoorn" voor 't eerst in 1583 vermeld (Bazel nr. 423 f° 129); maar ze moet ouder zijn geweest, zoals blijkt uit deze tekst : "1611, ten huyse van Jaspaert van Daele, weert van den Eenhoren, van outs genaempt" (Bazel 139 f° 202 r°). Hoogstwaarschijnlijk is de herberg met bijhorende grond altijd eigendom van Wissekerke geweest; ze was het zeker in 1632. Een tijd lang was er een brouwerij aan verbonden. In 1638 lezen we :"Dorpwijck nr.52 es thuys ende grondt genaemt den Eenhoorn, mette putte daeranne 88 roeden" d.i. 1.306 vierkante meter.

In 1757 hebben de schepenen van Bazel hun oude vierschaar definitief verlaten om een nieuwe te betrekken, zoals we verder zullen zien. In de 19e eeuw heeft graaf Filip Vilain XIIII de twee oude vierscharen omgebouwd tot het huidig café en er een woonhuis aangebouwd. De naam van de aloude herberg "De Eenhoorn" ging toen over op het huidige café.

Doordat de tegenwoordige Eenhoorn de oude vierscharen van Bazel en Wissekerke omvat, heeft hij een eeuwenlange en zeer bewogen geschiedenis. We vertellen vandaag een eerste stuk daarvan.

Het oudste document dat De Eenhoorn betreft, is een afbeelding. Die komt voor op een kaart die getekend werd in 1468. De tekenaar wilde vooral de kerk tekenen, die gezien wordt van de zuidkant. Gelukkigerwijze heeft hij er het kasteel van Wissekerke bij geschetst, alsmede het gebouw dat toen op de plaats van de huidige Eenhoorn stond. In "Bazel in Waas" hebben we een foto van de hele tekening opgenomen. Bezie die foto en lees ook wat we over de kaart van 1468 schreven onder het vijfde hoofdstuk: Kerk en kerkelijk leven,

1. Het kerkgebouw.

Op de plaats waar nu De Eenhoorn staat, tekende de tekenaar een klein langwerpig gebouw waarvan de voorgevel naar het westen staat gericht. In die gevel, een spitsgevel, is een deur en daarnaast een vrij hoog, smal venster dat op een schietgat lijkt. Boven in de spitsgevel staan twee of drie venstertjes. Het gebouw is langwerpig en in de zijgevel staan twee kleine vensters getekend, vlak bij de rand van het dak.

We zullen niet beweren dat de tekening van de kaart een volkomen getrouwe afbeelding van het toenmalig gebouw is. Bij de bespreking van het kerkgebouw in "Bazel in Waas" hebben we echter aangetoond dat de afbeelding van de kerk vrij goed de werkelijkheid van toen benadert. Hetzelfde mogen we derhalve aannemen voor het gebouw dat op de plaats van de huidige Eenhoorn staat getekend. We menen trouwens nog overblijfselen van dat gebouw te vinden in het gebouw van de huidige Eenhoorn.

De voorgevel van het gebouw in 1468 staat naar het westen gericht. Het smalle venster naast de deur dat op een schietgat lijkt, schijnt het schietgat van een rond torentje te zijn. Dat klopt één en al met wat we op onze dagen nog zien. Dat torentje met de wenteltrap daarin - al werd het later door een vierkante muur omgeven - dat torentje staat er nog en het staat nog aan de westzijde van het hele gebouw. Een ander overblijfsel van 1468 zou dan de muur zijn, althans het onderste deel van de muur die van het torentje noordwaarts loopt en nu de scheiding tussen café en woonhuis vormt. Die muur was in 1468 de voorgevel van het gebouw.

Het kan alleszins niet betwijfeld worden dat het gebouw dat in 1468 op de grond van de huidige Eenhoorn stond, het schepenhuis of de vierschaar van Bazel was. We zullen verder vernemen dat de vierschaar van Bazel een eerste maal in 1576 in de asse werd gelegd en dat ze op dezelfde plaats werd heropgebouwd. Ze zal nog geheel of gedeeltelijk afbranden in 1583 en 1590 en telkens op dezelfde plaats hersteld worden. Dan krijgen we de bewijzen dat ze stond op de plaats waar nu de rechterkamer van het café De Eenhoorn ligt.

De vierschaar van 1468 was ook totaal in steen opgetrokken; na de brand van 1576 is er immers sprake van "steen schoon te makene van vierschaere".

In "Bazel in Waas" hebben wij uitvoerig de grote slag beschreven, die in 1452 op het Hanewijk geleverd werd tussen het leger van Filips de Goede en de opstandige Gentenaars. Vóór de eigenlijke slag kwam het reeds tot een treffen bij de Rode Hengst. Een kleine troep Gentenaars was vanuit het kamp in de Weyspoel vertrokken naar Temse, om vandaar drieduizend andere Gentenaars naar Bazel te loodsen. In de omgeving van de Rode Hengst stootte die kleine troep op een afdeling van het Boergondische leger. Het enige dat de mannen konden doen, was vluchten. Maar ze werden door de Boergon-diërs achtervolgd. Een deel van hen, zo schrijft een kroniek, vluchtte in de kerk; anderen vluchtten in "een klein huis, dat rondom met water was omgeven".

In dezelfde kroniek heet dat kleine huis ook "castel", d.i. kasteel of burcht. We menen in dat kleine huis, of kasteeltje de oude vierschaar te mogen zien. Die was opgetrokken in steen, zoals we daareven hebben vernomen. Ze was voorzien van een kleine, ronde toren, waardoor ze het voorkomen had van een kleine burcht. Dat ze omwald was, was voor die tijd niets uitzonderlijks. Anderzijds kan met het kleine omwalde huis onmogelijk het kasteel van Wissekerke zijn bedoeld. Dat was geen klein huis. Dezelfde kroniek vermeldt trouwens dat kasteel uitdrukkelijk op een andere plaats. Waarom zou ze het hier niet gedaan hebben, als de vluchtende Gentenaars daar beschutting hadden gezocht ? Het kleine huis of kasteeltje moet wel de oude vierschaar zijn geweest. De vluchtende Gentenaars die "het dammeken" -nu de Lamperstraat - waren ingelopen, hebben zich bij de kerk in twee groepen gesplitst : de enen vluchtten in de kerk, de anderen in de vierschaar. Ze werden daar drie uur lang belegerd, totdat ze misschien ontzet werden door hun makkers uit het kamp van de Weyspoel. Hoe oud was de vierschaar al in 1452 ?

De Eenhoorn, zoals we hem nu kennen, bestaat uit een café en een daarbij horende woonhuis. In oudere tijden was het café de plaats waar de schepenen van Bazel en die van Wissekerke vergaderden. De schepenen van Bazel vergaderden in de kamer die aan de kant van de kerk ligt; in de kamer waar de tapkast staat, vergaderden de schepenen van Wissekerke. Die schepenen bezaten een zekere rechtsmacht; zie daarover ons werk "Bazel in Waas", zesde hoofdstuk : Het dorpsbestuur onder het Oude Regiem. Wanneer de schepenen als rechters optraden, heette hun vergadering "vierschaar"; ook de plaats waar ze rechtspraken, heette zo. Het café van De Eenhoorn omvat dus het oude schepenhuis of de vierschaar van Bazel en het oude schepenhuis of de vierschaar van Wissekerke.

Eén en zelfde buitendeur, de voordeur van het huidige café, verleende toegang tot beide vierscharen. Achter die deur lag echter een gang, die ongeveer tot halfweg het café liep. Bij het einde van die gang waren twee deuren; door de ene betrad men de vierschaar van Bazel, door de andere de vierschaar van Wissekerke. - Beide vierscharen dienden alleen voor de vergaderingen van de schepenen. De sleutels ervan berustten bij een dienaar of bode, die de vierscharen opende voor elke vergadering en ze daarna ook sloot.

Los van beide vierscharen stond de herberg "De Eenhoorn". Ze stond op een deel van de grond waar nu de zaal van De Eenhoorn staat. In 1628 werd langs de zuidkant van het toenmalige kerkhof een stenen muur gebouwd, die met witten steen werd afgedekt : "den kerckmuer tusschen de vierschare" en den Eenhoorn" (Bazel, kerkarchief nr. 3 : rekening gesloten op 30.1.1629). Tot dan toe stond daar een houten afsluiting, een "gelent".We vinden de benaming "De Eenhoorn" voor 't eerst in 1583 vermeld (Bazel nr. 423 f° 129); maar ze moet ouder zijn geweest, zoals blijkt uit deze tekst : "1611, ten huyse van Jaspaert van Daele, weert van den Eenhoren, van outs genaempt" (Bazel 139 f° 202 r°). Hoogstwaarschijnlijk is de herberg met bijhorende grond altijd eigendom van Wissekerke geweest; ze was het zeker in 1632. Een tijd lang was er een brouwerij aan verbonden. In 1638 lezen we :"Dorpwijck nr.52 es thuys ende grondt genaemt den Eenhoorn, mette putte daeranne 88 roeden" d.i. 1.306 vierkante meter (Bazel nr. 794 f° 7 r°).

In 1757 hebben de schepenen van Bazel hun oude vierschaar definitief verlaten om een nieuwe te betrekken, zoals we verder zullen zien. In de 19e eeuw heeft graaf Filip Vilain XIIII de twee oude vierscharen omgebouwd tot het huidig café en er een woonhuis aangebouwd. De naam van de aloude herberg "De Eenhoorn" ging toen over op het huidige café.

Doordat de tegenwoordige Eenhoorn de oude vierscharen van Bazel en Wissekerke omvat, heeft hij een eeuwenlange en zeer bewogen geschiedenis. We vertellen vandaag een eerste stuk daarvan.

 Het oudste document dat De Eenhoorn betreft, is een afbeelding. Die komt voor op een kaart die getekend werd in 1468. De tekenaar wilde vooral de kerk tekenen, die gezien wordt van de zuidkant. Gelukkigerwijze heeft hij er het kasteel van Wissekerke bij geschetst, alsmede het gebouw dat toen op de plaats van de huidige Eenhoorn stond. In "Bazel in Waas" hebben we een foto van de hele tekening opgenomen. Bezie die foto en lees ook wat we over de kaart van 1468 schreven onder het vijfde hoofdstuk: Kerk en kerkelijk leven,

1. Het kerkgebouw.Op de plaats waar nu De Eenhoorn staat, tekende de tekenaar een klein langwerpig gebouw waarvan de voorgevel naar het westen staat gericht. In die gevel, een spitsgevel, is een deur en daarnaast een vrij hoog, smal venster dat op een schietgat lijkt. Boven in de spitsgevel staan twee of drie venstertjes. Het gebouw is langwerpig en in de zijgevel staan twee kleine vensters getekend, vlak bij de rand van het dak.

We zullen niet beweren dat de tekening van de kaart een volkomen getrouwe afbeelding van het toenmalig gebouw is. Bij de bespreking van het kerkgebouw in "Bazel in Waas" hebben we echter aangetoond dat de afbeelding van de kerk vrij goed de werkelijkheid van toen benadert. Hetzelfde mogen we derhalve aannemen voor het gebouw dat op de plaats van de huidige Eenhoorn staat getekend. We menen trouwens nog overblijfselen van dat gebouw te vinden in het gebouw van de huidige Eenhoorn.

De voorgevel van het gebouw in 1468 staat naar het westen gericht. Het smalle venster naast de deur dat op een schietgat lijkt, schijnt het schietgat van een rond torentje te zijn. Dat klopt één en al met wat we op onze dagen nog zien. Dat torentje met de wenteltrap daarin - al werd het later door een vierkante muur omgeven - dat torentje staat er nog en het staat nog aan de westzijde van het hele gebouw. Een ander overblijfsel van 1468 zou dan de muur zijn, althans het onderste deel van de muur die van het torentje noordwaarts loopt en nu de scheiding tussen café en woonhuis vormt. Die muur was in 1468 de voorgevel van het gebouw.

Het kan alleszins niet betwijfeld worden dat het gebouw dat in 1468 op de grond van de huidige Eenhoorn stond, het schepenhuis of de vierschaar van Bazel was. We zullen verder vernemen dat de vierschaar van Bazel een eerste maal in 1576 in de asse werd gelegd en dat ze op dezelfde plaats werd heropgebouwd. Ze zal nog geheel of gedeeltelijk afbranden in 1583 en 1590 en telkens op dezelfde plaats hersteld worden. Dan krijgen we de bewijzen dat ze stond op de plaats waar nu de rechterkamer van het café De Eenhoorn ligt.

De vierschaar van 1468 was ook totaal in steen opgetrokken; na de brand van 1576 is er immers sprake van "steen schoon te makene van vierschaere".

In "Bazel in Waas" hebben wij uitvoerig de grote slag beschreven, die in 1452 op het Hanewijk geleverd werd tussen het leger van Filips de Goede en de opstandige Gentenaars. Vóór de eigenlijke slag kwam het reeds tot een treffen bij de Rode Hengst. Een kleine troep Gentenaars was vanuit het kamp in de Weyspoel vertrokken naar Temse, om vandaar drieduizend andere Gentenaars naar Bazel te loodsen. In de omgeving van de Rode Hengst stootte die kleine troep op een afdeling van het Boergondische leger. Het enige dat de mannen konden doen, was vluchten. Maar ze werden door de Boergon-diërs achtervolgd. Een deel van hen, zo schrijft een kroniek, vluchtte in de kerk; anderen vluchtten in "een klein huis, dat rondom met water was omgeven".

In dezelfde kroniek heet dat kleine huis ook "castel", d.i. kasteel of burcht. We menen in dat kleine huis, of kasteeltje de oude vierschaar te mogen zien. Die was opgetrokken in steen, zoals we daareven hebben vernomen. Ze was voorzien van een kleine, ronde toren, waardoor ze het voorkomen had van een kleine burcht. Dat ze omwald was, was voor die tijd niets uitzonderlijks. Anderzijds kan met het kleine omwalde huis onmogelijk het kasteel van Wissekerke zijn bedoeld. Dat was geen klein huis. Dezelfde kroniek vermeldt trouwens dat kasteel uitdrukkelijk op een andere plaats. Waarom zou ze het hier niet gedaan hebben, als de vluchtende Gentenaars daar beschutting hadden gezocht ? Het kleine huis of kasteeltje moet wel de oude vierschaar zijn geweest. De vluchtende Gentenaars die "het dammeken" -nu de Lamperstraat - waren ingelopen, hebben zich bij de kerk in twee groepen gesplitst : de enen vluchtten in de kerk, de anderen in de vierschaar.Ze werden daar drie uur lang belegerd, totdat ze misschien ontzet werden door hun makkers uit het kamp van de Weyspoel. Hoe oud was de vierschaar al in 1452 ?

Wat we over de geschiedenis van De Eenhoorn tot hiertoe hebben geschreven, betreft uitsluitend een stuk van de huidige Eenhoorn, nl. de kamer van het café die aan de kant van de kerk ligt. Daar stond de vierschaar van Bazel reeds in het midden van de 15e eeuw. Tussen 1576 en 1589 brandde ze driemaal af. In de inventaris van de parochiegoederen van 1027 schreven ze : "Eerst zoo competeert de voornoemde prochie eene vierschaere ghemetst in mueren ende ghedect met tichelen, alzoo de zelve jeghenwoordich staet, ende ten coste van dese prochie opghebout van over vele jaeren neffens ' t kerckhof, alwaer 's gravenmannen ende schepenen recht ende weth doen ter maninghe van de Bailluy" (Bazel 170 f *3).

Over De Eenhoorn zelf vernamen we tot nog toe niets ; over de vierschaar van Wissekerke evenmin.

De oorspronkelijke Eenhoorn - de herberg die naast de vierschaar aan het kerkhof stond, waar nu het woonhuis van De Eenhoorn staat - die oorspronkelijke Eenhoorn wordt voor 't eerst in 1583 vermeld. Op 8 november van dat jaar zond de hoogbaljuw Servaas van Steelandt "den hofmeester van geschutte" te logeren "in den Eenhoorn". Als "weert van den Eenhoorn" staat in datzelfde jaar Jacques de Cremere vermeld (Bazel 423 f* 129 en 133 v0). Op 5 augustus 1585 kwam de graaf van Arenberg "in den Eenhoorn" logeren; iets later kwam "Conte Nycoloa". In de rekening die op 17 juni 1592 werd gesloten, lezen we : "Betaelt Hans Goossens, temmerman, gewrocht aan de Rijstal van den Eenhoorn ende 't maecken van de stalleke aen de vierschaere : 5 gulden". Nadien ontving dezelfde Goossens "over elf dagen temmerens" aan dezelfde gebouwen nog eens 6 gulden (Bazel 423 f-170,l8l,l85,290 v° en 291). De oorspronkelijke Eenhoorn was kennelijk een voorname herberg. Hij logeerde groot volk. Hij was toen reeds een afspanning; "de rijstal" wijst daarop.

Om over de vierschaar van Wissekerke iets te vernemen, moeten we wachten tot in ...1753. Op 12 februari van dat jaar besloten de schepenen van Bazel een nieuwe vierschaar te laten bouwen, daar "door de lanckduerigheyt van tijden (de oude vierschaar) soo daenigh verslecht is, dat het selve als nu teene-mael onbruyckaer geworden is ende niet meer repareerlijck, jaeselfs ten dele ingevallen sijnde" (Bazel 37 f° 87 v°).

 

Er werd geschreven om de toestemming van het hoofdcollege van Waas te bekomen. Het college zond daarop de landmeter Manderschaidt ter plaatse, die een plaa van de bestaande vierschaar opmaakte. Dat plan hebben we niet gevonden, maar we bezitten de beschrijving ervan. Manderschaidt schreef :"Den 12n Juny 1753 gevisiteert het schepenenhuys of vierschaere van Baesel, alhier sub A., gestaen ende geleghen nevens het gone der banderije (baronie) van Wissekerck sub B. Welcke twee plaetsen ick in eenen slechten staet hebbe bevonden. C is den inganck of deure der gemelde twee vergaederplaetsen A ende B; D : poortael genomen uyt de camer of vergaederplaetse van Wissekerck; E : deure van vierschaere van Baesel waer boven staet het wapen van Steelandt ;

F : deure van de vierschaere van Wissekerck, welcke plaetse niet en is gesoldert; G : in desen hoeck hanght den ijzeren halsbant dienende voor kaak van de vierschaere van Baesel; H : trap om te gaen op den solder van schepenenhuys van Baesel; I ende K sijn twee gevel mueren van de vierschaere van Baesel, waer-aen die van Wissekerck naer daete is gebauwt geweest, gelijck claer gesien wordt aen de metselrije en daken" (Bazel 37 f° 89).

Onthouden we uit deze beschrijving vooral dit : de vierschaar van Wissekerke werd aan de oude vierschaar van Bazel bijgebouwd, en wel tegen de zuidmuur daarvan; m.a.w. op de plaats waar nu de kamer met de tapkast van De Eenhoorn ligt. De vierschaar van Bazel had een zolder, die van Wissekerke had er geen !

De vierschaar van Wissekerke moet aan die van Bazel zijn bijgebouwd veer 1043. In dat jaar werden aan de vierschaar van Bazel herstellingswerken uitgevoerd. In de "conditien" van aanbesteding lezen we o.m. : " Het bordes staende voor de vierschaere te rijsen (verhogen) drije voeten ende het schalliedack van 't selve bordes af te breken ende bij nieuws te decken, ,..midtsgaders onder 't selve bordes, van den hoeck van de vierschaere naest de kercke tot aen de deure ende soo breet als 't selve bordes is streckende oock te rijsen drije voeten met drije trappen ter sijden gemetst ende boven geplaveyt om de kerck-geboden te doene" (Bazel 36 f*l87).

Van de hoek aan de kant van de kerk "tot aan de deur" liep dus een bordes of verhoogde stoep. Die deur kan maar gehangen hebben waar de ingangsdeur van het huidige café De Eenhoorn hangt, zo niet zou het bordes nog langs de helft van de zuidkant hebben gelopen. Dat laatste is ondenkbaar. Het bordes was geen loutere luxe. Het diende als overdekte pui waar op zondag na de mis de meier of zijn plaatsvervanger "de kerkgeboden", d.i. de afkondigingen en verordeningen, aflas. Daarom werden "ter sijden" van het bordes, bij de hoek aan de kant van de kerk, drie treden gemetseld om de pui te kunnen bestijgen.

De deur van de vierschaar hing dus reeds in 1043 waar nu de deur van het café hangt. De vierschaar van Wissekerke werd derhalve veer 1043 aan de vierschaar van Bazel bijgebouwd.

We vatten nu samen wat we over onze vierschaar al weten.

In 1468 gaf de voorgevel uit op het westen; daar was de ingangsdeur en rechts van die deur stond een rond torentje. Het dak liep in de richting west-oost en helde langs de noord- en zuidkant. Dicht bij de rand van het dak zaten drie of vier kleine vensters. Het geheel had zo het voorkomen van een kleine burcht.

In 1576 werd dat gebouw grondig verwoest. Alleen het torentje en een stuk muur bleven overeind. Bij de wederopbouw in 1581 werd het gebouw in een andere as gelegd. Het dak liep nu in de richting zuid-noord en helde langs oost-en westkant, zoals op onze dagen.De noordgevel» aan de kant van de kerk, werd achtergevel; de zuidgevel werd voorgevel met ingangsdeur. Boven die deur zat nog in 1753 een witte steen, waarin het wapen van Steelandt was gebeiteld : in rood een faas of balk van zilver, beladen met een latwerk van lazuur. Die steen moet daar geplaatst zijn bij de herbouwing in 1583. Servaas van Steelandt, heer van Wissekerke, was toen hoogbaljuw van Waas.

In de rekening die in l610 door de smid en slotenmaker Hans Hertsens bij de schepenen werd ingediend, lezen we :"Item noch gemackt die yserea roy van de vierschaere en een nive vaen daer aen gemackt en mijns heeren wapen daerin gevijlt" (Bazel nr. 207, los blad). Die heer was toen Filip de Recourt de Lens et de Licques, heer van Wissekerke en hoogbaljuw van Waas. De vaan met het wapen de Licques hing boven of naast het wapen van Steelandt. Of was de vier-schaar van Wissekerke reeds in 1010 aan de vierschaar van Bazel aangebouwd ? Dan hing die vaan boven de gemeenschappelijke ingang van beide vierscharen, boven de deur van het huidige café.

Door het aanbouwen van de vierschaar van Wissekerke verloor de vierschaar van Bazel haar ingangsdeur. Daarom werd ia de vierschaar van Wissekerke een kleine gang getrokken (een portaal, schreef Manderschaidt) vanaf de deur van het huidige café tot halfweg het café. Op 't einde van die gang kwamen twee deuren : de ene verleende toegang tot de vierschaar van Bazel, de andere tot de vierschaar van Wissekerke. Zo beschreef Manderschaidt de toestand in 1753.

De muren van de Bazelse vierschaar waren binnenin bezet en gewit; de vloer was geplaveid, de zoldering was van hout. Tegen de noordermuur was een haard met schouw. In 1043 diende men die "behoorlijck te repareren ende op te maecken met de stantvlieten (vooruitspringende stutten) van de selve schouwe ende stellen in behoorlijcke fonne alsvoren". Een trap leidde naar de zolder door een valdeur, waarop "een goet souffisant slodt" stond. Behalve een tafel, enkele stoelen en driepikkels, was er nog "den ijseren halsbant dienende voor kaek van de vierschaere". Volgens Manderschaidt hing die halsband in een hoek, volgens een ander document "nevens het deurgat" (Bazel 37 f° 89 v°). Hij hing dan ongetwijfeld aan de muur, rechts van het deurgat als men binnenstapte.

In 1753 schreef men dat de vierschaar bouwvallig stond. Ze moet toen reeds verscheidene tientallen jaren buiten gebruik zijn geweest. Op een plan van 1729 staat immers aan de noordkant van het kerkhof, rechtover de kruis-beuk van de kerk, een klein gebouw getekend dat betiteld wordt * 't vier-schaerhuys van Baesel" (Alg. Rijksarchief Brussel : Kaarten en plans nr. 2429). Wanneer dat vierschaarhuis gebouwd werd, weten we niet. We weten wel dat in 1757 een nieuwe vierschaar werd gebouwd op de grond van de huidige meisjesschool. Zie daarover : "Bazel in Waas", blz. 133.

Wat gebeurde er nadien met de oude vierschaar ? Vooralsnog beschikken we over geen documenten dienaangaande. Waarschijnlijk werden enkele noodzakelijke herstellingen aan het dak uitgevoerd en werd het gebouw door de toenmalige bewoner van De Eenhoorn tot een of ander doel in gebruik genomen.

Omstreeks die tijd dat graaf Filip Vilain XIIII de ingangspoort van zijn kasteel alsmede het klein kasteel liet bouwen, heeft hij ook de twee oude vierscharen van Bazel en Wissekerke omgebouwd. Wat van de muren van die vierscharen nog bruikbaar was, bleef behouden.

Zo bleef onder meer de historische noordgevel bewaard, die in de ankers de jaartallen 1583 en 1590 draagt. De twee vierscharen maken nu één café uit, met daarboven een doorlopende verdieping en een zolder. Naast het café werd een boogvormige inrijpoort gemaakt en in de verlenging daarvan werden een paar huizen gebouwd. De oude herberg, De Eenhoorn, die achter de vierschaar van Bazel lag, werd toen als woonhuis met het café verbonden en haar naam ging over op dat nieuw café.

Vermelden we nog dat in de kamer, boren de oude vierschaar van Wissekerke, jarenlang het gemeentesecretariaat was ondergebracht.

In 1966 - 1967 werd het café De Eenhoorn grondig gerestaureerd. Samen met het klein kasteel en de monumentale ingangspoort van het groot kasteel vormt De Eenhoorn een mooi bouwkundig hoekje van Bazel.

A. Maris.

Tijdschriften 2-1977/1   2-1977/3

Terug


Bij problemen met of vragen over deze site kunt u contact opnemen met de webmaster.
Laatst bijgewerkt: 2 januari 2006.