Tijdschrift 1/2012
Tijdschrift nr. 2/2017

Terwijl ik deze tekst schrijf loopt de tentoonstelling ‘Zorg om erfgoed’. Bij de voorbereiding ervan word ik, ondanks de vele jaren dat ik met de materie begaan ben, toch weer geconfronteerd met de uiteenlopende aspecten van heemkunde een volkskunde: het materiële en het immateriële, het recente en het verre verleden, … Om maar te zeggen dat de studie er omtrent een erg brede waaier aan boeiende ongekende verborgenheden kan opleveren.
Ik herinner mij nog alsof het gisteren was de tentoonstelling ‘Klimmen in Stambomen’ van 2002. Een echtpaar bezocht die tentoonstelling en kwam tot een verrassende vaststelling. Ze konden hun verbazing niet onderdrukken. Met wat luidere stem lieten ze zich ontvallen: “Potverdikke, da hebbe ze ons nie verteld, da k’al gemakt was veur as ze troude, das straf ”.
In 1942 schreef de Duitse componist Paul Hindemith aan een vriend een brief met de woorden: Het oude is niet alleen goed omdat het van vroeger is, net zo min als het nieuwe bijzonder is omdat het van deze tijd is. Aan ons de taak om midden van lawaai, vluchtigheid en verwarring datgene te vinden dat blijvend, stil en betekenisvol is, dat te beleven als nieuw, het vast te houden en te koesteren. Ook ik ben van mening dat aan aandacht voor het verleden goed is. Niet enkel uit nostalgie, maar vooral omdat het verleden ons veel kan leren. Mensen gaan vaak te lichtzinnig om met hun kostbaar  verleden, terwijl in dat verleden de kennis schuilt van de
ontwikkeling die ons gebracht heeft tot waar we nu staan. En zo belanden we al snel bij ‘het erfgoed’. Datgene wat we meekrijgen of erven van voorgaande generaties. Cultureel erfgoed versterkt het cultureel en historisch zelfbewustzijn en maakt een gedeeld verleden zichtbaar. Het weerspiegelt niet zozeer de exacte ‘grote’ geschiedenis, maar eerder de manier waarop mensen van vlees en bloed omgingen, en
vandaag de dag nog omgaan, met hun dagelijkse leefwereld. En alhoewel erfgoed van of voor iedereen is, moeten we toch enig voorbehoud maken met de al te goedkope manieren waarop erfgoed te pas en te onpas soms misbruikt wordt. Zo wordt een overvloed aan initiatieven, waarin het carnavaleske soms niet ver weg is, al te gemakkelijk geassocieerd met erfgoed